webcreation: Free Design

Flitsen uit de geschiedenis van tabak en sigaren

Door Coen van Viegen
1492: Christopohorus Columbus ontdekt Amerika en het 'zo geurige kruid' tabak. De inlanders bieden hem op 12 oktober van dit jaar gedroogde bladeren van de tabaksplant (nicotiana tabocum) aan. Roken van tabak wordt door Spaanse en Portugese zeelieden overgebracht naar Turkije en Egypte; via Engeland bereikt deze gewoonte ook de Nederlanden.

Het geurige kruid zal in tweeërlei opzicht een belangrijke bijdrage leveren aan de welvaart van het dorp Veenendaal en omgeving: in de eerste plaats door de teelt en verwerking en in de tweede plaats door de industriële en particuliere vervaardiging van sigaren.

1580: Omstreeks deze tijd zou het pijproken algemeen ingeburgerd zijn onder alle lagen van de bevolking; men 'suyght toeback' uit aarden pijpen en de stenen gouwenaars worden wereldberoemd.

1598: De eerste tabak uit onze kolonie West-Indië wordt in Nederland aangevoerd. Dit feit is voor Veenendaal slechts van belang voor de tabak rokende, snuivende en pruimende inwoners. In ons land komt thans een rokerscultuur op gang en tabak snuiven begint ingang te vinden, zowel bij mannen als bij vrouwen.

1615-1630: In het Gewest Utrecht wordt reeds op vrij grote schaal tabak verbouwd, vooral de zwaardere soorten. Rond Amersfoort verbouwt een vijftigtal planters de tabak van het pittige soort 'nicotiana rustica'; in 1670 telt men er ongeveer 120.

1636: 30 november: In documenten van de Utrechtse Staten wordt voor het eerst gerept van in dit gewest geplante tabak. Voordien werd er door de Staten slechts gesproken over import van tabakken.

1667: In Amsterdam adverteert een tabakshandelaar met de 'befaamde tabaksrolletjes, genaamd sigaren'.

1680: de Nederlandse geograaf Olfert Dapper schrijft in zijn nauwkeurige beschrijving van Klein Azië: Koffie versterct het hert, de hersenen en mage, en helpt de spijze verteeren. Het opent ook alle verstoppingen der ingewande, en wordt in koude gezwellen van lever en milt, en in koude verstoppingen, met groot voordeel gedronken".

In Den Haag schijnt reeds een jaar of tien een 'coffihuys' te bestaan waar gegoede burgers koffie kunnen drinken en een pijp 'toeback' roken.

1700: In het begin van de achttiende eeuw vestigt zich een aantal Amsterdamse tabaksspinners in Amersfoort. Hiermee komt voor het eerst ook de bewerking van tabaksblad van de grond. De lagere lonen en het ontbreken van een uitvoerheffing verschaffen de stad een concurrentievoordeel ten opzichte van Amsterdam. Van veel success blijkt echter geen sprake te zijn, want in een aantal afzetgebieden is men zelf ook overgegaan tot de bewerking van tabaksblad.

1705: Celighman Levi drijft in Veenendaal een 'toebackspinnerije' die eigendom is van Abraham Cohen en Zoonen te Amsterdam. In die spinnerij wordt de in deze contreien verbouwde tabak ontnerfd en gesponnen tot rollen die gemakkelijk kunnen worden vervoerd om elders te worden verwerkt.

1749: In Gelders Veenendaal vindt 13% van alle hoofden van huishoudens werk in de verbouw van tabak. In de Bovenbuurt is dat 35%.

1790: De in 1765 te Veenendaal geboren Benjamin Philips, zoon van Philip Philips en Rebecca van Crefeld, vestigt zich als handelaar van tabak en textile in Zaltbommel; hij trouwt er met Lea de Hartog. Zij gaan van de Joodse godsdienst over naar de Gereformeerde (Hervormde) kerk. Twee van hun rechtstreekse nakomelingen, Gerard (1858-1941) en zijn broer Anton (1874-1951), zonen van Frederik Philips (1830-1900) en Maria Heyligers zijn samen met hun vader de grondleggers van een gloeilampenfabriek die uitgroeit tot het Philips-concern te Eindhoven.

1846: Op 7 augustus barst een zwaar onweer los boven deze omgeving; het gaat gepaard met een hevige storm en hagelbuien. Alle te velde staande tabak, boekweit en andere gewassen worden vernield. 'Alles is teleur gegaan' schrijft iemand die began is met de arme bevolking.

1887: Jochem van Schuppen Hzn. (1868-1941) sticht op 20 september een tabakskerverij op de plaats van de voormalige smederij van Hendriks bij de Markt, tegenover het Postkantoor. Na afbraak van het oude pand verrijst er een nieuw gebouw van vier bij twintig meter met verdieping en zolderruimte. (zie ook 1889). Ineke van Schuppen wijdt in het in 2010 door de Historische Vereniging Oud Veenendaal uitgegeven boek 'Markante Veenendalers' een uitvoerig artikel aan deze sigarenfabrikant.

1889: Oprichting van de firma Gebr. Van Schuppen's Tabak- en Sigarenfabriek De Nijverheid door Jochem van Schuppen en zijn broer Marinus (1867-1953). Enkele jaren nadien telt de fabriek reeds 30 werknemers en in 1912/1913 circa 200.

1912: Invoering van de Wet op de Tabaksaccijns. De heren Van Schuppen kiezen voor het system van banderolleren, waarbij de fabrikanten de accijns vooruit betalen en die aan de afnemers in rekening brengen via banderollen om sigaren en sigarendozen en kistjes.

1913: Er is drie maanden staking in de sigarenindustrie; ook de Veense sigarenmakers doen er aan mee. Het is de eerste, tevens laatste staking in deze bedrijfstak.

1915: Op 12 juli wordt het merk 'Ritmeester' gedeponeerd. De naam van Sigarenfabriek De Nijverheid wordt veranderd in N.V. Gebroeders Van Schuppen's Ritmeester Sigarenfabrieken.

1919: Oprichting van Sigarenfabriek de Edelman door W. van Renes, die in een huis aan de Parallelweg "veur z'n eige begon". Rond 1925 betrekt hij een fabriek aan 't Gelderland. In de Tweede Wereldoorlog worden vanuit dit pand belangrijke hand- en spandiensten verleend aan het Verzet tegen de Duitse bezetter.

Henk C.G. en Joop H.M. van Schuppen, zoons van Jochem, zetten een in 1915 door de Ritmeester overgenomen tabakskerverij zelfstandig voort als 'Stoomtabaks- en Sigarenfabriek Sumatra' die later de 'Panter Sigarenfabrieken' heet. (zie ook 1937 en 1991).

1923: Jacob van Beek (23 jaar) richt met zijn broer Teus de Sigarenfabriek BECO op, die wordt gevestigd aan het Kostverloren (zie ook 1965 en 1989).

C.A. van Schuppen (1877-1947) begint met de Sigarenfabriek CAVANCA. Zijn muzikale interesse vindt haar weerslag in zijn bekendste merk J.S.Bach met daaraan verbonden Allegro, Fuga enz.

1924: Wout van Manen start in een houten werkplaats een eigen sigarenfabriek, die hij Monte Christo noemt. Zijn vier broers Jan, Hein, Gijs en Gert-Jan komen in het bedrijf. In 1930 brandt de werkplaats af. Reeds op 7 juli van dat jaar opent hij een nieuwe fabriek op De Heuvel.

J.M. en G.H. van Schuppen, zoons van Jochem, gaan gezamenlijk deel nemen aan de sigarenfabriek van W.Geurts te Wageningen, waar de sigaren van het merk Schimmelpenninck worden vervaardigd.

1937: Begin van de Ritmeester-over-het-spoor en de Panter. Zij kopen op een veiling de panden van de failliete Roessingh. De gebouwen zullen nog jarenlang beeldbepalend zijn aan de Kerkewijk. Het transport tussen de beide Ritmeesterfabrieken wordt onderhouden door Rijk Slok met zijn 'segoarepeerdekáár'. Panter adverteert: "Als u Panter Mignon op uw toonbank plaatst, gaat geen rooker de deur uit zonder een blikje bij zich te steken, 10 stuks 45 cent".

1965: Sigarenfabriek BECO aan het Kostverloren wordt opgeheven bij het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van de oprichter Jacob van Beek. Er zijn geen gegadigden om hem op te volgen. In 1989 valt het karakteristieke gebouwtje onder de slopershamer. 'BECO EXIT'.

1989: Dinsdag 28 februari klokslag 16 uur worden de deuren van de PANTER Sigarenfabriek door bedrijfsleider Gerrit van de Klift voor de laatste keer op slot gedaan. Het personeelsbestand van enkele honderden werknemers was al geslonken tot 25 personen. De voormalige fabriek wordt in 1991 afgebroken.

1991: Medio mei ontvangt het 'in opbouw' zijnde Historisch Museum Het Kleine Veenlo door tussenkomst van Sara Lee/Douwe Egberts, eigenaar van de PANTER fabrieken, de glas in lood ramen die als het ware 'uit de puinhopen waren gered' en thans te bewonderen zijn in het Viseum.

De voormalige Panter Sigarenfabriek wordt, evenals de NEWO-fabriek, afgebroken om plaats te maken voor woningbouw.

Ontleend aan Coen van Viegen's Veenendaal in Historisch perspectief (vierde en uitgebreide versie)